Daar stond ik dan..

FullSizeRenderDaar stond ik dan: totaal niet op mijn gemak. Ik wou me verontschuldigen voor dat ik het lef had om me hier te vertonen, dat ik ieders tijd verspilde. Stuur me alstublieft weer weg, dacht ik, voordat ik het nog ongemakkelijker maak voor ons allemaal. Wat moest zij nou met mij? Dit behoort totaal niet tot mijn capaciteiten. Ik ben geen klassieke schoonheid met een symmetrisch gezicht en een perfecte kaaklijn. Op foto’s sta ik altijd verschrikkelijk. Ik schaamde me diep dat ik toch was ingegaan op Ruben’s voorstel.

Ruben is sinds kort een model. En Ruben vond dat ik het ook maar eens moest proberen. Dus had hij een week of twee terug contact opgenomen met Daniëlle van Zadelhoff, een kunstfotografe, waar hij ook wel eens model voor stond. Of zij mij ook een keer zou willen vastleggen. 

Zodoende stond ik nu hier: in een kleine, rommelige ruimte met aan één kant twee zwarte muren en een lamp. Ik durfde mijn jas niet uit te trekken, omdat ik half om half verwachtte dat ze zou zuchtten en zou zeggen dat ze met mij niets kon. Maar dat deed ze niet. Ze stuurde Ruben – die zo aardig was geweest mij te rijden – weg en vertelde mij dat we gewoon een aantal dingen gingen proberen. Hierbij reikte ze me een wit met rode polkadot-jurk aan, die ik zo degelijk mogelijk aantrok. Ik ging voor de zwarte muur staan en Daniëlle zei dat ik simpelweg voor me uit moest kijken; alsof ik in gedachten verzonken was. Dat was wel voor mij weggelegd, dacht ik – trotse bezitter van een master in wegdromen.

Na een aantal foto’s genomen te hebben, kwam ze naar me toe om het resultaat te laten zien. Ik kon niet geloven dat ik dat was. Verrassend genoeg zag het er nog goed uit ook! Er werden nog meer foto’s gemaakt, kleren werden gewisseld en uitgetrokken, en beetje bij beetje werd ik zekerder van mezelf en begon ik het leuk te vinden. Misschien was ik toch niet zo hopeloos als ik dacht, besefte ik me.

Dat besef werd nog groter toen ik, ongeveer een week later, opeens met mijn foto op de site van vogue italia stond, en de likes en reacties zag die Daniëlle’s foto van mij kreeg op facebook. Het voelde als een overwinning. Als een dikke, vette middelvinger in het gezicht van mijn misbruiker. Zolang als ik me herinner was ik van hem, dacht ik dat ik nergens goed voor was, dat niemand mij ooit mooi zou kunnen vinden, omdat hij mij verpest had. Maar hier stond ik: krachtig, onbreekbaar – mede doordat ik juist mijn breekbaarheid durf te tonen.

Ik ben niet perfect, ik ben geen Cara Delevingne of Brigitte Bardot, maar op mijn hele eigen manier ben ik prachtig. In mijn hele leven heeft niemand dat ooit gezegd – behalve mijn moeder, maar dat telt niet mee. Het was meer het tegenovergestelde: dit was er mis, dat was er mis. Áls ik ooit iets positiefs hoorde, was het over mijn billen of borsten, nooit over míj. Ik voelde me altijd als een goedkope hoer. Bij gebrek aan iets anders kon ik wel als lustobject dienen. ‘Als je een zak over het hoofd doet, kan je het nog prima aandouwen,’ zoals ze hier zeggen. 

Dit is mijn manier geweest om te ontsnappen. Weg van de negativiteit, het systematisch naar beneden halen van vrouwen. Het idee dat in ons hoofd word gestopt dat we ons moeten schamen. Schamen voor ons lichaam. Dat we ons moeten bedekken met make up, omdat we anders niet voldoen aan de norm. Dat we ons lichaam moeten bedekken, omdat we anders een verkeerd signaal geven. Want, zo schijnt: mannen denken alleen maar met hun lul. Als jij een kort rokje aan trekt, of – in het extreme –  naakt rond fladdert, heb jij geen recht meer op ‘nee’ zeggen en ‘nee’ krijgen. Want mannen hebben geen zelfbeheersing.

Persoonlijk vind ik dat we de mannen daarmee te kort doen. Dat zou betekenen dat mannen eigenlijk achterlijke apen zijn. Dat wij vrouwen superieur zijn, omdat wij kunnen redeneren en sympathie kunnen tonen. Omdat wij ook schoonheid kunnen zien, in plaats van alleen een lustobject. En ik geloof niet dat één bevolkingsgroep superieur kan zijn. Ik geloof er in dat mannen ook hersenen hebben, en die kunnen gebruiken. Ik geloof dat we moeten stoppen met testosteron de schuld te geven. Onze zonen aanleren dat het oké is om te voelen, om lief te hebben en ‘nee’ te ontvangen. Onze kinderen aanleren dat we niet gemaakt zijn om de andere te plezieren. 

Dit is mijn statement, mijn statement dat ik van niemand ben, aan niemand toebehoor, en op mijn eigen, prachtige manier, mooi ben. Net zoals ieder ander.

Willianne Bravenboer